Opinie | Racisme & therapie: "Stereotypering blijft een extra hindernis."

De dood van George Floyd werd op 25 mei in een video van 8 minuten en 46 seconden voor de wereld op video vastgelegd. Dit was niet de eerste (en is waarschijnlijk ook niet de laatste) Zwarte man die sterft als gevolg van disproportioneel politiegeweld.


De schokgolf die voortvloeide uit het incident deinde wereldwijd uit. Ook in België kwamen duizenden mensen op straat tegen racisme. Anno 2020 hoor je wel eens dat we ‘geen kleur zien’. Toch blijft de invloed van ‘ras’ en etnische herkomst voelbaar aanwezig in het dagelijkse leven.


De evolutie van racisme

Discriminatie of ongelijke behandeling op basis van ‘raciale’ criteria is één onderdeel van de Belgische antidiscriminatiewetgeving en is bijgevolg strafbaar. Maar wat niet strafbaar is, is daarom niet noodzakelijk niet racistisch of niet discriminerend. Het ‘ouderwetse’ openlijke racisme heeft, in de loop der jaren, een subtielere vorm aangenomen. Vaak worden voor deze subtielere vorm de termen ‘microagressies’ of ‘microkwetsingen’ gebruikt. Zeer zelden zal je nog een bordje met de melding ‘geen buitenlanders’ op de cafédeur aantreffen, maar de (soms onbewuste) reflex van een winkelmanager die een niet-witte klant extra in de gaten houdt, valt moeilijker te (h)erkennen. De zoveelste goedbedoelde opmerking ‘Je praat zo goed Nederlands’ voelt voor veel ‘personen van kleur’, hier geboren en getogen, echt niet meer als een compliment. Wanneer we het hebben over ‘microagressies’ gaat het met andere woorden over de dagelijkse, ogenschijnlijk futiele opmerkingen en daden die benadrukken dat de ‘persoon van kleur’ aanzien wordt als ‘anders’. Een buitenstaander. Deze stereotypen, vooroordelen en beeldvorming liggen aan de basis van racisme.


Racisme in de therapiekamer

De hulpverlening, zowel mentaal als fysiek, is nog steeds een overwegend witte institutie die de maatschappelijke normen en waarden weerspiegelt. Dit betekent dat de hulpverlening evenmin vrij is van vooroordelen en stereotiepe overtuigingen ten aanzien van minderheidsgroepen.

Oprechte nieuwsgierigheid naar en interesse in de unieke ervaringen van de cliënt moeten het uitgangspunt zijn, eerder dan stereotypering. Toch blijkt dat laatste vaak een extra hindernis die minderheden binnen de therapie-context moeten overwinnen. Cliënten uit minderheidsgroepen kunnen daardoor sneller afhaken wanneer ze, ook in een zogezegd veilige context, geconfronteerd worden met ‘ras’-gerelateerde frustraties.

Een mogelijk tekort aan zelfvertrouwen en de inherente machtsdynamiek van de cliënt/hulpverlenersrelatie maken het dan moeilijk, al dan niet onmogelijk, om deze problematiek aan te kaarten. Daarom is een bewustzijn aan de kant van de hulpverlener vaak onmisbaar.


De onontkoombare impact van racisme

De effecten van systemische en/of individueel racisme zijn niet te onderschatten. Verschillende onderzoeken illustreren de impact van systemische discriminatie en achterstelling op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en de woningmarkt. Ook op vlak van gezondheid zijn migranten en etnische minderheden in vergelijking met de Belgi-sche bevolking benadeeld.

Een meta-analyse suggereert dat het ervaren stigma rond gender, ‘ras’ en seksuele oriëntatie o.a. geassocieerd is met depressieve en angstklachten, verminderd psy-chologisch welbevinden, lager zelfbeeld en eigenwaarde en lichamelijke gezond-heidsproblemen (bv. hoge bloeddruk).

Sommige cliënten die het slachtoffer worden van systemisch en individueel racisme ervaren die aanhoudende en veelvuldige discriminatie verder ook vaak als traumatiserend. Die trauma-respons kan gedrag en belevingen veroorzaken die sterk lijken op post-traumatische stress. Sommigen zijn hyperalert en angstig.


Het aanhoudend populisme en de verrechtsing van de maatschappij zorgen daar bovenop voor nog meer stress en een groeiend onveiligheidsgevoel. In dat opzicht spreekt Robert Carter over ‘race based traumatic stress & psychological injury’. Sommige therapeuten passen in dit kader EMDR of mindfulness toe om racismetrauma te behandelen. Maar ook andere therapievormen kunnen hier mooi mee werken.

Uiteindelijk blijkt ook het intergenerationele aspect een uitdaging; hoe wapen je je kinderen bijvoorbeeld tegen dergelijke ervaringen? Hoe vermijd je dat de ervaringen van je kinderen jou als ouder (te hard) triggeren? Of ook: hoe ondersteun je als witte adoptieouder je adoptiekind van kleur bij racismekwetsuren? Het belang van een toekomst-gerichte aanpak van racisme tekent zich hier duidelijk af.


Als therapeut aan de slag rond racisme

Wanneer een hulpverlener nooit een maatschappelijke minderheidspositie ervaren heeft, is het mogelijks moeilijker om in te beelden wat de impact van racisme is, en welke emoties er mee gepaard gaan. Want wat horen cliënten op het werk, op school, bij vrienden of familie? ‘Trek het je niet aan.’ ‘Misschien bedoelde hij/zij dat niet zo?’ - ‘Zou het kunnen dat je het verkeerd begreep?’ Hun ervaringen en gevoelens worden ontkend of als onbelangrijk beschouwd, waardoor ze zichzelf en hun ervaringen en gevoelens in twijfel gaan trekken. Dit is een tekstboekvoorbeeld van ‘gaslighting’. Een hulpverlener racisme-ervaringen en gevoelens van een cliënt in twijfel trekt, maakt duidelijk dat zij hun ervaringen als een ‘persoon van kleur’ niet al te ernstig nemen, of te weinig begrijpen.

Hoe moet het nu verder?

Het is pijnlijk wanneer je als Maghrebijnse jongeman voor de zoveelste keer de toegang tot een club ontzegd wordt. Het is moeilijk om als jongere uit de Afrikaanse diaspora gemotiveerd te blijven wanneer je tientallen sollicitatiebrieven verstuurt en geen respons krijgt. Het is vernederend wanneer de politie jou vaker aan een identiteitscontrole onderwerpt in vergelijking met je witte vriend. Al deze ervaringen hakken in op het zelfbeeld, op de (positieve) ingesteldheid ten aanzien van de eigen toekomst maar ook op de verbondenheid met de samenleving en de eigen positieve identiteitsontwikkeling.

De overheid en het middenveld zetten al jaren in op sensibiliseringscampagnes tegen racisme. Maar wat we al jaren vergeten is het bespreekbaar en behandelbaar maken van de impact van racistische incidenten en kwetsingen op slachtoffers. Er zijn weinig plaatsen, tenzij in activistische ‘safe spaces’, waar men steun en begeleiding kan vinden rond racismekwetsingen. Personen met racismekwetsuren blijven in de kou staan. Dit is hét moment voor de hulpverlening om racistische kwetsuren bewust en betrokken de nodige ernst mee te geven. Hét moment om ons collectief bewust te worden van onze eigen acties of overtuigingen, om vooroordelen en stereotypes in vraag te stellen en om komaf te maken met het idee van ‘kleurenblindheid’. We moeten allen stappen zetten om meer met inclusie begaan te zijn, zonder schuldgevoel, maar met een gezonde wil om te leren. Zo verwijderen we barrières, en maken we de therapieruimte veilig en toegankelijk voor iedereen.

Dit opiniestuk werd geschreven door Sayira Maruf, psycholoog bij divers-sensitieve psychologenpraktijk De Zefier in Gent. Sayira is klinisch psycholoog en intercultureel hulpverlener, en behandelt op frequente basis vraagstukken rond racisme en etniciteit in haar praktijk. Ze is sinds 2008 actief in de socio-culturele sector, en is naast haar werk binnen de therapiewereld ook actief betrokken bij een organisatie die werkt rond kritisch burgerschap.

13 weergaven0 opmerkingen